Kerngroep Vlaamse Astrologen

De stemming van de Stier

Zon:     “ Erhelle dich, Wesensglanz,   Licht op ,wezensglans,

  Venus:     Erfühle die Werdekraft,        voel aan de wordingskracht,

  Mercurius:Verwebe den Lebensfaden verweef de levensdraad

  Mars:       In wesendes Weltensein,    in wezend wereldzijn, 

  Jupiter:    In sinniges Offenbaren,        in zin-rijk openbaren,

  Saturnus: In leuchtendes Seins-Gewahren in lichtend zijn-ontwaren.

  Maan:     O Wesensglanz, erscheine! ”O wezensglans verschijn!

                             

            Het sterrenteken  van de Stier opent de rij van de lichte dag-sterrenbeelden, die boven de lijn van de dag-en nacht-evening staan, die Ram en Weegschaal verbindt.

Het sterrenteken van de Stier behoort tot het astrale kruis. Onder de ziele-astrale krachten is het de wil die hiermee samenhangt. Het is een aards teken, zoals ook de aardse stier een teken is dat sterk met de aarde verbonden is, een wezen dat met de zware massa van zijn lijf  naar de aarde gericht is. Een overmaat aan levenskrachten typeert dit dier,zoals ook de zon onder het teken van de Stier haar machtige, levenschenkende krachten ontvouwt en in een onuitputtelijke volheid alle groei  tevoorschijn tovert.

 

            Als je de kosmische Stierkrachten echter met een dieper begrip wil benaderen,dan moet je de  blik niet enkel richten op de uiterlijke volheid der zinnen , die onder de invloed van de levenwekkende  macht van de zon tevoorschijn gebracht wordt. Je moet je veeleer bewust zijn dat alle zinnenrijkdom de openbaring is van de scheppende Wereldgeest, van het scheppende Wereldwoord.

 

            In deze ervaringsrichting wijzen ook de woorden van de dierenriemstemming van de Stier. Reeds in het eerste deel, het Zonne-deel :

 

            Erhelle dich, Wesensglanz  Licht op,  o wezensglans

 

is niet de uiterlijke glans van de zon bedoeld, maar de innerlijke, de glans van de geest,

de glans van het wezen. En de oproep ‘erhelle dich‘ richt zich niet op de uiterlijke lichtheid – hetgeen overbodig zou zijn- maar op de verlichting door het licht van de geest.

 

            Erfühle die Werdekraft        Voel aan de wordingskracht

 

heet het in het volgende deel in de toegewijde stemming van Venus. Niet in donkere drang moet de wordingskracht zich uitleven, ze moet doorvoeld worden.Doorvoeld door wie?Door een voelend wezen, door het mensen-ik. Want het Wereldzijn verlangt door een voelend bewustzijn opgenomen te worden. Dan pas is zijn ‘ wordingsvreugde’ aan zijn ware doel aangekomen, zoals het in één van de weekspreuken bij het begin van de lente uitgesproken wordt:

 

 

 Es spricht zum Menschen-Ich,    Tot het mensen-ik spreekt

 Sich machtvoll offenbarend          zich machtig openbarend

 Und seines Wesens Kräfte lösend, en de krachten van zijn wezen bevrijdend

 Des Weltendaseins Werdelust:     de wordingsvreugde van het wereld-zijn:

 In dich mein Leben tragend           in jou mijn leven binnendragend

  Aus seinem Zauberbanne,            vanuit zijn toverban

  Erreiche ich mein wahres Ziel. “   bereik ik pas mijn ware doel.

 

 

 

In de verdere delen van de ’stemming’ treedt het geestelijke steeds onverhulder naar voren: geest-geleid en geest-doorlicht  ontvouwt zich de machtige levenskracht van de Stier .

            Vooreerst nemen we die klank in beschouwing,waarin de sterrenkrachten van de Stier hun spiegelbeeld geschapen hebben. Het is de krachtige R. Daarin zijn in een wonderbaarlijke samenhang  met het hemelteken beide kanten krachtig uitgedrukt: de naar buiten dringende en de innerlijke-geestelijke zijde.

 

            Het meest in ‘t oog springend is vanzelfsprekend de uiterlijke zijde van de R-klank,van de meest intensieve bewegingsdrang, die er te beleven valt. Wij ontmoeten deze uiting van de R in ontelbare woordvormen, die alle  soorten bewegingen tot inhoud hebben: rennen,rijden,rollen ,draaien ,wervelen. Eveneens onmiddellijk beleefbaar is de sterke wilsimpuls in de R, de dringende ,drijvende kracht die erin aanwezig is. In de woorden sterkte en kracht valt de klemtoon naast de K wezenlijk op de R. Het Latijnse woord voor kracht  robur en ook het Griekse woord rhomè zijn volkomen vanuit dit uitdrukkingsmotief van de R gevormd.

 

            Een ander wezenlijk motief van de R- klank is het  tevoorschijn treden uit een binnenruimte. In het bijzonder in verbinding met het motief van de omhulling van de P wordt deze uiting van de R aanschouwelijk in woorden als : prangen, pralen, Lat.primus en Grieks protos ( de eerste),presenteren en produceren. Het gaat hierbij om het motief van de drempel, de poort, de toren , de overgang van binnen naar buiten. Als zuivere uitdrukking van de overgang, de grens verschijnt de R in: rand, Lat.ripa,(oever ) en ora ( kust ) ,Fins ääro (rand) en raja( grens).Ook de mond,die in het Latijn os,oris heet met de R als enige medeklinker in de stam, is een drempel,waardoor bij het spreken iets innerlijks naar buiten dringt.

 

            Met dit drempelmotief van de R is reeds de overgang van zijn uiterlijke naar zijn innerlijke-geestelijke uitdrukkingsvorm gegeven. Het tevoorschijn treden van iets geestelijks naar buiten doet zich bij iedere openbaring voor. Ook in het menselijk aangezicht openbaart zich iets innerlijks, treedt iets zielsmatig-geestelijk in verschijning. Bij de verklaring van het woord bereschit , waarmee de Genesis van het Oude Testament begint, en dat gewoonlijk vertaald wordt  met “in de aanvang” , duidt R. Steiner de R als het aangezicht-achtige van geestelijke wezens, die zich vanuit een koker, die uit elementaire stoffelijkheid geweven is, naar buiten kijkend openbaren. ”Denken we ons iets geestelijks, dat ons aankijkt zoals aangezichten die zich precies doorheen deze omhulling openbaren en een kracht van de openbaring zelf zijn…”, zo karakteriseert Rudolf Steiner het beeld en de belevingen die in de zielen van de oude Hebreëers door de R bij het horen van dit woord opgeroepen werden.In het Italiaaanse woord aria,dat niet enkel lucht, maar ook gelaatstrek, gezichtsuitdrukking betekent, zoals ook in het Hebr. woord rosch, dat hoofd betekent, verschijnt de R met hetzelfde uitdrukkingsmotief.

           

            Om openbaring gaat het ook in de woorden van het Mercurius- en Marsdeel,om het zichtbaar-worden van de geest in de uiterlijke verschijningen en feiten van het leven:

                       

            Verwebe den Lebensfaden    Verweef de levensdraad

            In wesendes Weltensein         In wezend wereld-zijn

 

De openbaring van de geest in de mens is – zover het om het onmiddellijk in-verschijning-treden gaat- , van drievoudige aard : als spreken, denken en waarnemen drukt de geest zich uit. Aan deze drievoudige uiting liggen de krachten van Mars, Jupiter en Saturnus ten grondslag.

 

            De samenhang van het spreken, van het woord ,met de Stierkrachten is hierdoor gegeven ,dat het orgaan van het spreken, het strottenhoofd, behoort bij het teken Stier. De R- klank ontmoeten we met dit motief in woorden als : rede, roddelen, raaskallen, en vooral in het Latijnse woord orare (spreken,een rede houden), dat enkel de R als medeklinker bevat, evenals als in het Griekse woord rhetor( de redenaar).

 

            In het kosmische ritme van het Markusevangelie staat onder het teken van de Stier: de goddelijke levende macht van het Woord in haar helende kracht en in tegenstelling tot de dode reglementen der Farizeëers.

 

 

            In het Jupiter-deel :

              In sinniges Offenbaren           In zin-rijk openbaren

 

wordt de gedachtensfeer aangeraakt ,die eveneens met het hemelteken Stier in relatie staat. De wereldbeschouwing die van deze sterrenkrachten haar impuls krijgt , is het rationalisme. Het woord gaat terug op het Latijnse woord reor :ik denk. In het Hebreeuws heet  de geest ruah .Tussen  gedachte en licht bestaat een zeer nauwe verwantschap.Zo vindt men de R ook in betekenissen van het licht, vaak als één enkele betekenisdragende klank, zoals in het Hebr.or dat licht betekent, in de naam van de Egyptische zonnegod RA, in het Lat. woord  aurora (morgenrood) en aurum , goud, het metaal van de zon, in het Finse woord aurinko (zon).

 

            Het rationalisme is de wereldbeschouwing,waarvan de blik op de ideëen gericht is   die aan de basis liggen van de uiterlijk zintuiglijk-reële wereld en die daaraan kunnen afgelezen worden. Komt bij het gewaarworden van de ideëen in de buitenwereld nog het begrijpen van de morele ideëen , die als afglans van de geestwereld in het menselijk bewustzijn oplichten, dan wordt rationalisme tot idealisme. Hierdoor verheft de mens zich tot de hogere werelden, is hij in staat het lagere dat met zijn Stier-natuur samenhangt, te overwinnen. In de Mithras-cultus wordt de onderzone van de mens, waarin de Stierkrachten werkzaam zijn, in het beeld van de stier voorgesteld en de dreiging door het  lagere wordt afgebeeld door een slang of een schorpioen ,die onderaan de stier vastgrijpen.Op de rug  van de stier echter zit de mens, die hem zijn zwaard in de hals stoot. Dit beeld zegt: door het hogere in de mens moet zijn lagere natuur overwonnen worden. De kracht daartoe verkrijgt hij wanneer hij zijn denken tot de hogere ideëen van de rede, de morele wereld, verheft.Wanneer hij zijn wil daarmee aanvuurt in de beheersing van zichzelf, in de oprechtheid, in de liefde tot de waarheid, in de rechtschapenheid, eerlijkheid en redelijkheid, in de trouw. Wanneer hij zich bezig houdt met al deze deugden, waarvan de namen op een opvallende manier afgestemd zijn op de sterke en lichte R.

 

            Wakkerheid en klaarheid van de ziel zijn grondvoorwaarden op deze weg. Maar niet enkel in het juiste denken is de mens wakker, maar ook in de waarnemingen van de zinnen. Ook hierin openbaart zich de geest in de mens. Want ook zij hebben de richting van binnen naar buiten, ze verlopen niet zo, dat de buitenwereld bij ons binnendringt en wij hieraan passief overgeleverd zijn, maar veeleer zo, dat ons innerlijk, onze wil, de buitenwereld grijpt. In woorden als : horen, ruiken, waarnemen, merken, ontmoeten we ook in de taal deze actieve R. Het is het Saturnus-deel,dat over de zintuiglijke waarneming spreekt :

 

            In leuchtendes Seins-gewahren   in lichtend zijn-ontwaren  

 

Dit is begrijpelijk, aangezien op de oude Saturnus de kiemen voor de menselijke zintuigen gelegd werden.

 

            In de woordkracht, in het juiste denken, in de wakkerheid van de zintuiglijke

waarnemingen openbaart zich de geest in de mens. Zo klinkt het uit de taal van de stemming van de Stier , en zo is ook de taal van zijn spiegelbeeld, de R.

Dat de geest heer is over de stof , dat al het ontspruitende worden in de natuur en in de mens , openbaring is van de levende geest, dat zijn glans zegevierend in verschijning treedt, dat wordt in het Maan-deel bekrachtigd :

 

            o Wesensglanz,erscheine!          O wezensglans, verschijn!

 

 

Uit : ‘Der Tierkreis . Nach den Zwölf Stimmungen von Rudolf Steiner’  Michaël Aschenbrenner

Vertaling : Eliane Schuytjens

Laat een reactie achter

0 reacties so far ↓

  • There are no comments yet...Kick things off by filling out the form below.

Laat een reactie achter