Zon: Das Sein,es verzehrt das Wesen, Het zijn, het verteert het wezen,
Venus:Im Wesen doch hält sich Sein. In het wezen houdt stand het zijn.
Merc :Im Wirken entschwindet Werden, In het werken verdwijnt het worden,
Mars: Im Werden verharret Wirken. In het worden blijft werken bestaan.
Jupit: In strafendem Weltenwalten, In het richtend heersende wereldleven,
Saturn:Im ahndenden Sich-Gestalten In vergeldend zichzelf gestalte geven,
Maan: Das Wesen erhält die Wesen. Het wezen behoudt de wezens.
Na het sterrenteken Weegschaal, dat de grens vormt tussen de bovenste, lichte en de onderste, donkere hemeltekens, begint met Schorpioen de rij der onderste, nachtelijke sterrentekens. Deze stemmen ook in de menselijke organisatie overeen met de onderpool, de wilspool. Zo zijn ook de wereldbeschouwingen , die hun impuls krijgen van de onderste sterrentekens, van wilsmatige aard. Het meest uitgesproken is dit het geval bij de wereldbeschouwing die bij de Schorpioen hoort,
het dynamisme. Dit is de wereldbeschouwing die de wereld eenzijdig beschouwt als beheerst door wilskrachten.
Uitgesproken wilskrachtig is de klank ,waarin zich de sterrenkrachten van de Schorpioen spiegelen , de S-klank. Dit is bij zijn gebruik als interjectie, net zoals bij de verwante Sch-Klank onmiddellijk waar te nemen. Dit zijn de enige klanken waarmee men – ook vandaag nog – zijn wil bij anderen, mensen of dieren, kan laten
werken, hetzij stimulerend, ophitsend, hetzij kalmerend, sussend, al naar gelang de toonval.
De taal gebruikt dit wilselement van de S-klank voornamelijk om woorden te vormen, die een sterk grijpen van de materie en een scherp indringen hierin betekenen. Zulke woorden zijn: Duits: beiβen (bijten), Sense (zeis), Sichel (sikkel), Meiβel (beitel), Spieβ (spies), sägen (zagen), Lat. secare (snijden),saucire (kwetsen), sagitta(pijl), serra (zaag).
Een typisch motief van de S-klank is ook dat van het splijten, scheiden, losmaken. Deze S verschijnt in de Latijnse voorvoegsels se- en dis- net zoals in het Griekse prefix dys-: separare (scheiden), discernere ( onderscheiden), Gr. dystychès ( ongelukkig).
Maar de S kan niet alleen het scheidende weergeven , maar ook de polaire beweging , het samenvoegen. Deze uitdrukking van de S vinden we in woordvormen als: sammeln (verzamelen), lesen (verzamelen, (koren) lezen) ,fassen (vatten), in de Latijnse woorden simul (tegelijkertijd), socius (kameraad), serere ( samenvoegen), suere (naaien),in het Gr. syn (samen met), in het Fins sitoa (binden).
Uit het samenvattende gebaar van de S is ook het motief van de vast omlijnde vorm te verstaan. Deze S verschijnt in de nominatief-vorm van latijnse substantieven op -us zoals ook in het Grieks op -os : domin-us, kyri-os. De nominatief stelt het in zich gesloten zijn voor, nog zonder relatie tot het andere.De S
vertoont hetzelfde kenmerk in het Grieks :soma (lichaam)en Japans: sei ( vorm). In de oud-hebreeuwse wijsheid had de S de occulte betekenis van het menselijke fysieke lichaam.
Zoals het dierenriemgebaar van de Schorpioen naar onder wijst, zo is deze richting ook eigen aan de S. Dit motief treedt op in woordvormen als : sinken
( zinken), Sohle (zool, bodem)), Lat. sub (onder), sulcus (spoor), solum (bodem), Fins syvä (diep), in het Russisch:semlja en Tibetaans :sa die beide aarde betekenen.
Ook hetgeen aarde-vast is geworden kan de S uitdrukken. Uit deze S als enige betekenisdrager zijn gevormd: Eis ( ijs) en Eisen( ijzer),Lat. os,ossis (been), silex (kiezel),saxum (steen).Gr. sideros( ijzer), Fins sarvi (hoorn).
Deze relatie van de S tot de aarde treedt op sprekende wijze aan het licht in de voorliefde van de latijnse taal voor deze klank. Deze voorliefde toont zich duidelijk in het verschijnsel dat aan de aangeblazen H van griekse woorden, in het Latijn bij wortelverwante woorden, in de regel een S beantwoordt. Zo luiden de griekse woorden hex (zes), hepta (zeven) hyper (over), hal (zout), hypo (onder) in het Latijn sex, septem, super, sal, sub. Deze voorliefde van de latijnse taal voor de aardse S is in overeenstemming met het karakter en de missie van het Romeinse volk, die erin bestond, de aarde te grijpen, te veroveren, haar orde en wet op te leggen.
Het naar onder wijzende dierenriemgebaar van de Schorpioen heeft de benaming “denken”.Deze relatie tot het denken spiegelt zich ook weer in de S-klank.
Aan elk denken ligt iets ten gronde dat vast maakt, afsluit en vormt. En ook de hoger genoemde kwaliteiten van deze klank , het afzonderen en verbinden, het scherpe indringen en het uitgesproken wilselement laten de S passend verschijnen,
om het denken en de verwante zielebewegingen weer te geven. Woordvormen van deze aard zijn: wissen (weten), Sinn (zin),sehen (zien), Lat. scire (weten), sentire
( gewaarworden),sagax (scherpzinnig), sapere (smaken, wijs zijn),Chin. se (denken).
De scherpte, eigen aan de S, maakt haar ook geschikt om beslistheid uit te drukken zoals in : so (zo), socher (zulke), dieser (deze ), in de latijnse woorden sic (zo), iste (die), in het Fins se (deze), siellä (daar), in het Japans se (deze),soko (hier), soma (zulke).
De scherpte van het denken, de beslistheid in het zo-zijn, het grijpen van het aardse, de relatie tot het aarde-vaste, dit alles wijst op het uiterlijk zijn. Maar uiterlijk zijn scheppen, gaat ten koste van het innerlijke, het wezen.
Das Sein,es verzehrt das Wesen Het zijn, het verteert het wezen
Dit gebeurt steeds wanneer een wezen in de uiterlijke verschijning treedt. Bij de groei van planten verdwijnt gedurende de evolutie het geestelijke steeds meer en het fysieke, het zijn wordt steeds machtiger. Bij de involutie daarentegen verdwijnt het fysieke steeds meer en het geestelijke treedt voor geestesogen steeds sterker naar voor. In de ruimtelijk nietige kiem bereikt het geestelijke of het wezen zijn hoogste trap. Het bergt alle oneindige mogelijkheden van toekomstige vormen in zich.
Im Wesen doch hält sich Sein. In het wezen houdt stand het zijn.
zo luidt het Venus-deel in de A-stemming van geopend zijn, van bereid zijn tot een nieuw naar buiten treden in de wereld van de vormen. In de volgende twee delen gaat het om een gelijkaardige tegenstelling van binnen en buiten, om de tegenstelling van worden en werken. Het werken wendt zich naar buiten en in de mate dat door het werken uiterlijke vormen tot stand komen, des te beperkter worden de mogelijkheden van het worden. Deze zijn des te rijker naarmate er minder al vast omlijnde vormen gemaakt zijn, een ervaring die in het bijzonder ieder kunstenaar opdoet.
Im Wirken entschwindet Werden, In het werken verdwijnt het worden,
zo luidt het Mercurius- deel in de I-stemming, waarin zich beweging, daadkracht en doelgerichtheid uitspreken. Grotere spanning, grotere dynamiek leeft echter in de toestand van het worden, van het nog-ongeborene, waar het werken, de voltooiïng nog teruggehouden is. Vandaar is het vierde deel:
Im Werden verharret Wirken. In het worden blijft werken bestaan.
in de wilsstemming van Mars gedompeld.
De volgende twee delen bewegen zich in de sfeer van het morele. In de wijsheidsstemming van Jupiter werkt de vergeldende, vereffenende wereld-
gerechtigheid :
In strafendem Weltenwalten, In het richtend heersende wereldleven,
Straf veronderstelt schuld. Waarin ligt het schuldig zijn, dat met het teken Schorpioen verbonden is? In het begin van de zondeval stond het zich-afzonderen, zich-afsnoeren van de geestelijke wereld. Precies dit zich-afzonderen treedt in de S-klank als motief zo uitgesproken naar voor, hetgeen de samenhang van de Schorpioen met zonde en schuld overtuigend doet lijken. Maar niet alleen dit, maar ook het dodende op zich , het vernietigende, de haat ,de wereld van de duisternis, van het Satanische is in dit sterrenteken thuis. Het is de doodsangel van de Schorpioen die zich hier aan het werk is. De duistere wezenskant in de Schorpioen spiegelt zich ook in de S-klank ,de klank van Ahriman. In de klassieke Oudheid werd de S door velen als akelig en weerzinwekkend ervaren. Ze werd vaak door de T vervangen. Veel dichters, in het bijzonder Pindaros, vermeden ze zoveel mogelijk.In woordvormen treedt deze gevoelstint van de S op in : Grausen (afgrijzen), gräβlich
(afgrijselijk), gruseln (griezelen), in Haβ (haat), en häβlich (hatelijk), Gr. misein (haten).
In het kosmische ritme van het Marcusevangelie vindt eveneens een aanraking met de macht van de dood onder het teken Schorpioen plaats : de opwekking uit de dood van het dochtertje van Jaïrus, de krisis onder de Jongeren,
hun falen,de aankondiging van het lijden van Christus,de verloochening van Petrus.
Maar het zich-verstrikken in schuld en zonde is een noodzakelijke trede op de weg tot het verkrijgen van zelfstandigheid, van het zelf, van de eigenheid en daarmee van de vrijheid van de mens.
Im ahndenden Sich-Gestalten In vergeldend zichzelf gestalte geven,
luidt vandaar het Saturnus-deel.
Dat dit juist in het Saturnus-deel uitgesproken wordt, is overtuigend. Want aan de Saturnuskrachten hebben we de geslotenheid van ons zijn te danken in dit leven en in het andere leven, zoals ook de U, de klank van Saturnus, uitdrukking van innerlijke geslotenheid, van innerlijke stevigheid is. Dat de geslotenheid van de gestalte een motief is van de S-klank, werd reeds naar voor gebracht.
Was de mens echter enkel onderhevig aan de Saturnuskrachten, dan zou hij zich totaal in zichzelf opsluiten, zich onder de Schorpioenkrachten totaal verharden, als niet de Maan, de tegenspeler van Saturnus, deze zou tegenwerken. Vandaar luidt het Maan-deel :
Das Wesen erhält die Wesen. Het wezen behoudt de wezens.
Met deze positieve, bevestigende toon, die in het Maan-deel klinkt, doet zich -zoals in ieder van de twaalf stemmingen- een therapeutisch principe gelden.
In het wezensbeeld van de S-klank ontmoetten we reeds deze positieve -aan het afzonderen en negatieve tegengestelde- aspect van het samenvoegen en behoeden.
Als uiting van bevestiging verschijnt deze S in woorden als: gesunden (gezond worden), genesen (genezen), genieβen (genieten), versöhnen (verzoenen), in de latijnse woorden servare (bewaren), salvare (helen, redden), in het Lat. consolari (troosten).
Dit is het diepste aspect van de sterrenkrachten van de Schorpioen, die zich eens moet verheffen uit de diepte van de doodsnacht, van de haat, van de duisternis in de lichte hoogten van de geest, wanneer hij zich tot adelaar transformeert, tot dat hemelbeeld, van welke hoogten hij ooit is neergestort.
Uit :”Tierkreis.Nach den zwölf Stimmungen von Rudolf Steiner.”Michaël Aschenbrenner
vertaling :Eliane Schuytjens – vertaling van de spreuk Wijnand Mees