De stemming van de Maagd.
Zon : Die Welten erschaue, Seele! Aanschouw de werelden, ziel!
Venus: Die Seele ergreife Welten, De ziel, zij grijpe werelden aan,
Mercur. Der Geist erfasse Wesen, de geest ,hij vatte wezens aan
Mars : Aus Lebensgewalten wirke, uit levensmachten werk,
Jupiter Im Willenserleben baue in het wilsbeleven bouw,
Saturn Dem Weltenerblüh’n vertraue op de wereld-opbloei vertrouw.
Maan : O Seele, erkenne die Wesen! O ziel, doorschouw de wezens
Wanneer de Zon van het teken Leeuw naar het teken Maagd overgaat, dan is de wending naar binnen nog duidelijker voltrokken. In de natuur doen zich stilaan de verzwakkende, tot verwelken brengende krachten gelden. De tijd van de herfstrust nadert en ook van de herfstrijpheid. Het teken Maagd wordt in het beeld met een rijpe korenaar voorgesteld. Haar grootste ster heet Spica, hetgeen korenaar betekent.
De sterke wending naar binnen komt in de Maagd-strofe tot uiting in het feit dat voor de eerste maal de menselijke ziel wordt aangesproken, terwijl in alle andere strofen de sterrenbeelden zelf aangesproken worden. In de stemming van de Maagd wenden alle delen zich tot de menselijke ziel :
O Seele, erkenne die Wesen! O ziel, doorschouw de wezens!
De sterke verhouding tot het innerlijk, die de Maagdkrachten kenmerkt, spiegelt zich in de klank, die haar toegeschreven wordt : de B in zijn omhullend, begrenzend gebaar, dat we in zoveel woorden in alle talen, die de B kennen, ontmoeten.
Om er slechts enkele te noemen : bed, boot, beker, bokaal, beurs, bekken, bad
Hebr. beth (huis), dat aan de letter in het Grieks alfabet haar naam gegeven heeft.
Het verbindende in het B- gebaar treedt speciaal op bij het voorvoegsel be- waardoor een nauwe verbinding tussen een handeling en het object van deze handeling wordt aangeduid, zowel in vriendschappelijke zin : be-minnen, be-hoeden, be-trouwen, be-treuren, be-zorgen, be-waren, be-trachten, be-danken – be-wonderen , als in vijandige zin : be-kampen, be-oorlogen, be-dreigen, be-liegen.
ook in: bij, beide, lat. ambo (beide) binden, bouwen.
Op dezelfde manier als de B wordt ook de haar verwante krachtigere P gebruikt voor woorden, die een omhulling inhouden : pels, pantser, Lat.pellis (huid).
Het samenvoegende gebaar van de P vinden we ook in in paar, koppel, groep,
Maar het gebaar van de B en P-klank heeft niet enkel de richting naar binnen, maar ook die naar buiten. Wanneer iets omhuld wordt, wordt het tegen de buitenwereld afgesloten, wordt een oppervlakte gevormd. De verwijzing naar de oppervlakte van de dingen is eveneens een belangrijk motief van de B-klank.
Nog meer uitgesproken is dit motief in de P. In zijn eurythmische uitbeelding komt dit duidelijk tot uiting. Beide klanken verschijnen in dit geval veelvuldig aan het einde van de woordstam zoals in schub, kap, dop en als beginletter : boord, Ital. bordo. Dat de B en de P de oppervlakte op zich kunnen weergeven , is in overeenstemming met hun vorm,die niet zoals bij de T puntvormig samengetrokken, maar vlaksgewijs, gewelfd, zwellend, voorgesteld wordt.
Met deze relatie van beide klanken tot de oppervlakte wordt ook de wereldbeschouwing begrijpelijk ,die van de Maagdkrachten haar impuls krijgt :
het fenomenalisme. Deze bestaat erin dat men kijkt naar de uiterlijke verschijning van de wereld, enkel naar de oppervlakte van de dingen. In overeenstemming hiermee is het feit dat het gezichtsvermogen het zintuig is dat aan de Maagd toegeschreven wordt. We begrijpen zo het Zonnegedeelte van de Maagdstrofe :
Die Welten erschaue , Seele! Aanschouw de werelden, ziel !
Het teken Maagd leidt ons binnen in de herfsttijd en deze woorden van het eerste deel spreken hetzelfde uit, wat in de herfst klinkt tot de ziel in de woorden :
“Schau um dich! Zie om je heen !”
Nog beslister, nog wilskrachtiger zich naar buiten wendend is de taal van de twee volgende delen :
Die Seele ergreife Weltenerblüh’n De ziel, zij grijpe werelden aan!
Der Geist erfasse Wesen De geest , hij vatte wezens aan !
Ook dit motief van het grijpen vinden we terug in de B en bijzonder in de P klank
De taal maar er veelvuldig gebruik vaan :zoals in pakken, snappen , Lat. rapere (roven ), plukken , Lat. carpere,
Het motief van de oppervlakte kan – in het bijzonder dan wanneer de B of de P van de wijde A of de volle O vergezeld is – zich omvormen tot motief van de volheid:
Duits : pausbackig (met bolle wangen), bauchig (buikig, corpulent), prallvoll (boordevol); Nedl. potentie, Lat. copia(overvloed), Gr. polloi ( vele), Lat. populus (volk ).
Het zwellende, zich uitdeinende, ruimte-nemende is het kenmerk van het Leven,
zoals ruimte- ontkenning het teken van de Geest is. Als een schilder of een beeldhouwer vorm geeft aan de ervaring van levensvolheid, dan gebruikt hij ronde, volle, zwellende vormen, terwijl een kunst die zich meer naar het geestelijke toewendt, naar een spaarzamer, een meer lineair-geaccentueerde vormgeving grijpt.
Zo kan het ons niet verwonderen, wanneer de vlakmatig gevormde , zwellende B, maar ook de strakkere – en daarom ook meer gespannen - dynamischer P, geschikt zijn om de verschijning van het Leven weer te geven en wel als ze – anders dan de L-
precies het dynamische van de levensverschijnselen willen laten beleven, de schitterende volheid van vormen, het ontspruitende, ontkiemende, de weelderigheid van de ontvouwing. Vruchtbaar betekent in het Latijn :uber ; het leven in het Grieks : bios.
Zo begrijpt men de krachtige taal van het vierde deel, het Mars-deel:
Aus Lebensgewalten wirke Uit levensmachten , werk
Zoals bij alle stootklanken is ook bij de B en de P een sterk wilsmatig element te bespeuren.Het slaan en stoten heeft een sterk wilsaccent. Zois het begrijpelijk dat deze twee klanken ,juist zoals de andere stootklanken, aangewend worden om woorden te vormen die met slaan te maken hebben, waarvan er ontelbare zijn in de meest verschillende talen van de wereld. Zo verschijnt de B in boksen, Duits boxen, Fr. battre (slaan ) ,It. buttare ( slingeren) . En nog veel vaker als de B treedt de veel hardere P in dit gebaar op : D. pochen (kloppen, bonzen),poltern;(bulderen),
pauken (beuken ),Lat. pellere( slaan ) ,Gr. paiein ( slaan),Fr. frapper(slaan).
Als uiting van het wilsmatige vinden we de B ook in woorden als het duitse büffeln
(blokken voor het examen), Bulle( stier,maar ook bullebak!), bohren (boren).
Wanneer men met niet aflatende hardnekkigheid van iemand iets bereiken wil , boort men zo lang door tot de andere toegeeft.
In het Grieks ontmoeten we de B in boulomai (ik wil) en bia (geweld).In het Latijn wordt in dit geval de hardere P verkozen. Voorbeelden hiervoor zijn : cupere (wensen), petere (streven ), postulare en poscere ( eisen ).
Uit dit wilskarakter van de B en de P wordt het Jupiter-deel begrijpelijk :
Im Willenserleben baue In het wilsbeleven bouw
Uit de positieve, krachtige,op de grond staande gestemdheid van de Maagdkrachten – haar dierenriemgebaar heet ‘ ontnuchtering’- samen met het geborgenheid scheppende en voedende ,dat haar eigen is, kan vertrouwen groeien in de vooruitgangvan wereld. Dit verkondigt het Saturnusdeel :
Dem Weltenerlblüh’n vertraue op de wereld-opbouw vertrouw
In wondelijke overeenstemming met dit aspect van de sterrenkrachten van de Maagd staan de gebeurtenissen,die in het Marcusevangelie onder dit sterrenteken plaats vinden.Het zijn alle drie maaltijdverhalen, waarvan de geweldigste en diepste gebeurtenis het Laatste Avondmaal is.
Standvastigheid, bouwen op eigen grond zijn wezenlijke kenmerken van de wereldsfeer van de Maagd. Als motief van uiterlijke stevigheid verschijnt de Maagd-klank B in woorden als : bolwerk, bodem, Gr. bebaios( stevig) Standvastig rusten op het innerlijke zijn, op het eigen zijn ,komt in het duitse selbst en nog indringender in de P van het latijnse ipse ( zelf) tot uitdrukking.
De gezonde zelfbeleving kan naar twee kanten ontsporen, enerzijds het overschatte zelfgevoel in verwaandheid, hybris, groot gaan op eigen superioritieit, opscheppen.In het Eng. boast en Jap. ibaru betekenen ’zich roemen ‘
en anderzijds in het zich verharden , zich inkapselen, wanneer men een pantser rondom zijn hart legt .
Wat kan zo’n ontsporingen heilzaam tegenwerken? In de twee eerste delen werd het reeds uitgesproken : de blik naar buiten in het aanschouwen van de werelden en in het vatten van het wezen, wat door het denken gebeurt. Beide zijn noodzakelijk, om in de zin van de Filosofie der Vrijheid de totale werkelijkheid te grijpen : waarnemen (fenomenalisme) en denken. Met de krachten van het denken heeft het sterrenteken dat polair tegenover de Maagd staat,te maken nl. de Vissen,dat zich in de N spiegelt, de klank die te maken heeft met bewustzijn,met inzicht. Met deze krachten dient de Maagd zich te verenigen , om haar volle ontplooïng te bereiken. De roep van het laatste deel bekrachtigt dit :
O Seele, erkenne die Wesen! O ziel, doorschouw de wezens!
Ooit werd het beeld van zo’n vereniging aan de mensen getoond in de gestalte van de maagdelijke Diana van Efese. Zij werd als zinnebeeld van de voedende vruchtbaarheid met een veelheid van borsten uitgebeeld en tegelijk stond in het middelpunt van haar mysterën de verzorging van de Logos.
Groeikrachten en denkkrachten ontspringen aan dezelfde wortel. Ze zijn varianten van dezelfde etherische vormkrachten. Zo is het niet verwonderlijk , wanneer zij in het sterrenbeeld Maagd, dat behoort tot het etherische kruis, verenigd verschijnen.
Uit ‘Tierkreis.Nach den “Zwölf Stimmungen”von Rudolf Steiner. M. Aschenbrenner
Vertaling : Eliane Schuytjens – vertaling van de spreuk : Wijnand Mees
0 reacties so far ↓
There are no comments yet...Kick things off by filling out the form below.