Kerngroep Vlaamse Astrologen

De stemming van de Kreeft

Zon:  ” Du ruhender Leuchteglanz, Jij rustende lichtglans,

Venus:  erzeuge Lebenswärme,       verwek de levenswarmte,

Mercur: erwärme Seelenleben           verwarm het zieleleven,

Mars:    zu kräftigem Sich-Bewären,  tot krachtig tonen van zijn waarde,

Jupiter:zu geistigem Sich-Durchdringen,tot geestelijk zichzelf doordringen,

Saturnus:in ruhigem Lichterbringen. In rustig licht-voortbrengen.

Maan:   Du Leuchteglanz,erstarke! ” Jij lichtglans, wordt sterker!

            Met de Ram en de Weegschaal behoren de Kreeft en zijn tegenbeeld, de Steenbok, tot het fysieke kruis.In hun relatie tot licht en duisternis verhouden zich deze beide sterrentekens tegengesteld tot Ram en Weegschaal.

Terwijl zich in deze laatste tussen licht- en duisterniskrachten een evenwicht heeft ingesteld, wordt in de sterrentekens van de Kreeft en de Steenbok de tegenstellling  tussen beide polaire wereldkrachten tot zijn hoogste graad opgevoerd. Stralende volheid van het zomerlicht staat tegenover het diepste winterdonker. Maar na haar zegenrijke opgang en de machtigste ontvouwing van haar lichtnatuur neigt de zon zich in het teken van de Kreeft weer naar de aardediepte toe.

            De zwaarte- en duisterniskrachten van de aarde kondigen zich in dit teken reeds zachtjes aan. Met de aardekrachten zijn de wilskrachten verwant. Zo betekent de wende in het teken van de Kreeft niet enkel de wende van de werking van het licht naar de beginnende werkzaamheid van de duisternis, maar ook de wende van de werking van het kosmisch licht- gedachtenwezen naar het overheersen van het donkere aarde-wils-wezen.

            Wat zich in het sterrenteken van de Kreeft al zachtjes aankondigt, wordt in het dier waaraan het zijn naam ontleend heeft, in sterke mate uitgedrukt: de nauwe verbinding met de aarde, de rust, de hang naar de diepte,de voorliefde voor donkere holen,waarin het zich graag terugtrekt,de aardse vastheid van zijn starre pantsering.

            Maar dit aards-materiële beeld van het dier dat in donkere holen huist, mag er niet toe leiden,daaruit het wezen van het hemelteken Kreeft te willen bepalen.De taal die de dierenriemstemming van de Kreeft spreekt, is een wezenlijk andere.

Je moet de fysieke kreeft niet zozeer als beeld voor de betreffende sterrenkrachten beschouwen dan wel als beeld van de aarde-duisternis-krachten,die vooreerst nog onmerkbaar werkend, de wende in het zonneritme van het jaarverloop dichterbij brengen. Want nog steeds schijnt in de hete julidagen de zon met onverminderde macht, en de dagen korten vooreerst nog niet.

            Maar iets anders is duidelijk waarneembaar. Met de ingetreden rust is een verinnerlijking , een zich-bezinnen op zichzelf, verbonden. Zo’n  innerlijke noot kenmerkt ook de klank, die bij het teken Kreeft hoort, de F. Deze laat zich in het bijzonder ervaren, wanneer je haar vergelijkt met de klank van de H, waarvan het gebaar in de wijdte wijst. ”Als de mens een H spreekt, zegt Rudolf Steiner in de heileurythmiecursus, tracht hij meer het geestelijke door de taal in het uiterlijke object op te zoeken; als hij een F spreekt, tracht  hij meer het geestelijke zelf in het innerlijk na te voelen.” Rudolf Steiner maakt dan verder opmerkzaam dat reeds in de verschillende manieren,waarop men beide klanken uitspreekt, dit onderscheid van buiten en binnen tot uitdrukking komt. Want bij het uitspreken van de H(a) laat men een vokaal volgen en wel de A met haar open , zich wijdmakend gebaar en bij de (e)F wordt de nauwe E vooraangezet en de consonant vormt de afsluiting. Men gaat niet zo sterk naar buiten, men blijft meer in zich.

Vergelijkt men de uitroep Oeff!,die men uitstoot,wanneer men een innerlijke druk wil loslaten, met de bevrijdende Ha van het lachen, dan wordt het onderscheid in de belevingstoon van beide klanken grijpbaar. Ook in de eurythmische voorstelling van de F-klank wordt het bij-zichzelf-blijven, dat de F-klank  kenmerkt, zichtbaar in het  afsluitend, afdekkend gebaar van de handen.

            Het  ingehoudene, beheerste, dat zowel de stemming van de Kreeft als het wezen van de F-klank kenmerkt, ontmoeten we reeds in het eerste deel van de Kreeft- strofe :

                        Du ruhender Leuchteglanz      Jij rustende lichtglans

                        Want glans van het licht is dichter dan schijn. Glans is als het ware verdicht, vastgehouden licht.

                        Nog dichter dan licht is warmte. Zij vormt de overgang van de etherkrachten naar de stoffelijke toestanden. Van deze warmte, die precies in de tijd van de Kreeft  in de juli-hitte het meest intensief in de verschijning treedt, spreken beide volgende delen. Maar zij spreken niet van de uiterlijke wamte, maar – in samenhang met heel de stemming van den Kreeft- van de innerlijke warmte:

                        Erzeuge Lebenswärme,            Verwek de levenswarmte

                       Erwärme Seelenleben.              Verwarm het zieleleven

            De warmte moet naar binnen in de levensprocessen gestuurd worden,zegt het Venus-deel in de A-stemming,naar het innnerlijk van het zielenleven, zegt de Mercurius-stemming.

            Warmte en leven zijn ook de wezenlijke motieven van de F- klank ,waar in onze taal vaak de zachtere  V- klank verschijnt. Als vurige blaasklank laat de F/V  ons  warmte en het hiermee verwante licht ervaren.

Zo vinden we deze F/V in talrijke woordbeelden als vlam, vuur, vonk ,fakkel, flits flikkeren, flakkeren, fel,fervent,flagrant, flamboyant, flamingant  Lat. focus (haard), fovere (warmen),flagrare (branden), fervor (gloed), fornax (oven) fulmen en fulgur (bliksem), Gr.phlegein (branden), phos (licht), phainein (schijnen), phoibos (stralend, bijnaam van Apollo).

Het motief van het leven treffen we aan in veld,vrucht,fleurig, Lat folium (blad), flos (bloem), fecundus (vruchtbaar), fetus (vrucht), Gr.phyo (ik groei), phyllon (blad), physis (natuur), phyle (volksstam).

                        In de actieve stemming van het Mars-deel treedt een nieuw motief op, het motief van de kracht en de innerlijke vastheid :

                        Zu kräftigem Sich-Bewähren              Tot krachtig tonen van zijn waarde,

In de F-klank vind je deze expressie van standvastigheid als een afleiding van de expressie van verdichting, van het -zich- inhouden. Het motief van de verdichting kan gaan tot aan het motief van de vaste stoffelijkheid.

Typische woorden van deze aard zijn: stof, stijf, vast, vesting, fort, Lat. ferrum (ijzer), furca (steunpaal), fustis (knuppel), Gr styphein (verdichten).  vat, koffer, korf, Lat. fiscus (korf), Gr. phiale (schaal) en werkwoorden als vatten,vangen verzamelen.

In het Mars-deel van de Kreeft-stemming is de innerlijke stevigheid bedoeld, krachtige standvastigheid : stevig op de grond staan : vaardig, Lat. facere (maken),

faber (handwerkman), fortis (dapper).

De actieve kant in het wezen van de F/ V treffen we aan in veel woorden met een  positieve inhoud : fris, vrolijk, vrij, vriend,vreugde, vroom,vroeg.

            De volgende twee delen, de wijsheidsvolle Jupiter-stemmingen de geestinnigheid van Saturnus wenden zich helemaal naar binnen, naar het geestelijke toe  :

            Zu geistigem Sich-Durchdringen, tot geestelijk zichzelf doordringen,          

            In ruhigem Lichterbringen.            In rustig licht-voortbrengen.

            De F/V heeft een bijzonder relatie tot het geestelijke ,tot de sfeer van de wijsheid.In vroegere tijden werd dit sterker beleefd ,in het bijzonder in verbinding met de Isis-mysteriën. Men voelde bij het uitspreken van de F in de uitstromende adem de innerlijke wijsheid,die door de goden aan de mens werd geschonken. Uit deze ervaring laat de F zich volgens  R. Steiner beleven als “Weet, dat ik weet.”

Gr. sophia (wijsheid), sophron (wijs), phroneo (ik denk); Lat. f-ari (betekenisvol spreken), fatum (het spreken van het lot )  en het betekenisverwante fèmi in het Grieks . In onze tijd is de geestelijke kant van de F moeilijk te beleven: er zijn in onze taal en evenmin als in het Duits  haast geen woorden met die spirituele betekenis; wél woorden met een eerder listige toon : bv. vindingrijk, geraffineerd.

            Tot de wijsheidssfeer-nu echter als keerzijde- behoort ook het  veelvuldig gebruik van de F als tegendeel van wijsheid : in het Duits : Flausen (kletspraatjes), Firlefanz (onzin), Faxen (flauwekul), faseln (bazelen), flunkern ( opscheppen), Fimmel (dwangvoorstelling).  Het wezenlijke van de F wijst op een zeer sterke negatieve  trek. Deze treedt in de taal in het bijzonder op ,wanneer zich de F met de negatieve zijde van de L verbindt zoals in fehlen ( een fout begaan,falen),fahl(vaal ) fallen ( vallen,) faul (verrot), falsch ( vals ).De verhouding tov. de F is eigen aan de verschillende talen. In het Fins komt het- behalve in vreemde woorden- niet voor, in het Japans enkel in verbinding met de haar verwante U in de lettergreep Fu. In het Spaans verdwijnt de F als beginklank bij woorden die uit het Latijn overgenomen zijn. In haar plaats treedt als schriftteken de stomme H: Latijn filius (zoon) werd hijo, uit folium (blad): hoja, uit facere, (maken,doen) hacer. In het Italiaans hebben woorden waarvan de stam eindigt op F doorgaans de betekenis van iets negatiefs : schifo (afkeer), stufo (beu), goffo (lummel), zuffa ( gekibbel) enz.

Hoe moeten we deze zeldzame negatieve betekenis in het wezen van deze klank in verhouding tot de verschillende talen verstaan? Is deze F, die vroeger binnen de oude mysteriën het zegel van hogere wijsheid was, in de loop van de tijd van zijn hoge waarde naar beneden gevallen, offer en spiegel van het toenemend verflauwen  van Spiritualiteit in de mensheid?

De wereldbeschouwing die van het sterrenbeeld van de Kreeft uitgaat, is het Materialisme. Bestaat er een samenhang  hiertussen en de spiegeling van  verdwijnen van de Geest in de F-klank? Het ligt voor de hand zo’n samenhang te zien. Maar men mag hier toch niet aan het oppervlakkige, geest-vijandige Materialisme denken, maar men moet in het bewustzijn houden dat de materie de diepste en meest geheimvolle  openbaring van de Geest is.  Ze is “het einde van Gods wegen”, zoals het in de bekende woorden van de theosoof uit Oetingen klinkt. Dit tot-einde-gekomen-zijn  van een oude evolutie wordt in het zinnebeeld van de Kreeft aangeduid door één van beide spiralen, die door een sprong van elkaar gescheiden zijn. Deze inwikkelende spiraal is beeld voor een oude, tot een einde gekomen ontwikkeling, terwijjl de uitwikkelende spiraal een uit het Niets, dit is uit de Geest, beginnende nieuwe evolutie verbeeldt. 

Vroeger werd daarvoor een meer imaginatief beeld aangewend: een ezelin met haar

veulen.Op een ezelin,vergezeld van haar veulen reed Christus in Jerusalem onder gejubel van het volk binnen, zoals het in het Mattheusevangelie bericht wordt. Dit geschiedde onder het teken van de Kreeft. In het kosmische ritme van het Markusevangelie gebeurde onder hetzelfde teken de vervloeking van de vijgenboom. De vijgenboom is het beeld voor de oude helderziendheid. Deze was toen ten einde gekomen. Haar tijd was afgelopen en in haar plaats moesten door de Christusimpuls nieuwe vaardigheden en een nieuw bewustzijn treden. Hetgeen zich in de Kosmos in het sterrenbeeld van de Kreeft openbaart als de impuls tot een nieuwe evolutiestroom, nadat een oude evolutie ten einde was gekomen, is in de gebeurtenissen in Palestina op aarde realiteit geworden.

Om de oude, gestorven evolutie te kunnen aflossen tot heil van de mensheids- en wereldontwikkeling, daartoe had die  nieuwe  ontwikkeling de zonne-lichtkracht nodig, die in het sterrenteken van de Kreeft  machtig  straalt.

Vandaar de roep van het maan-gedeelte :

            Du Leuchteglanz, erstarke!            Jij lichtglans, word sterker!

Uit “Der Tierkreis.Nach den ‘Zwölf Stimungen’ von Rudolf Steiner. Michaël Aschenbrenner

Vertaling : Eliane Schuytjens                              vertaling van de spreuk : Wijnand Mees